Zoeken naar een met pianist-zanger Pieter van Santen vergelijkbaar fenomeen leverde niets op. Pianisten die zingen? Méér dan genoeg. Maar jazz-pianisten die ook nog teksten schrijven en zingen in een idioom dat sterk cabaretesk is, nee, ik kende ze niet. Althans zeker niet in ons taalgebied. Van Santen is zijn eigen hoofdstukje apart. Misschien omdat hij uit Leiden komt, maar hij doet me soms denken aan een moderne versie van Francois Haverschmidt die een cursus pianospelen bij Bud Powell heeft gevolgd. Zelfspot, humor, romantiek, bijna alles met de dubbele bodem van een knipoog. En met een mooi gevoel voor het absurde.

Want wie durft het aan om een compositie als John Coltrane’s ‘Countdown’ eerst in snel boptempo op de toetsen te zetten en dan ook nog een ‘tongue-in-cheek’-tekst te brengen, in eenzelfde tempo, óver datzelfde stuk, dat al je problemen oplost als je het maar blijft zingen? Of een andere Coltrane-klassieker aan te pakken als ‘Giant Steps’ met z’n dalende intervallen en vele akkoordenwisselingen, vertaald in een gezongen observatie van een voorbij stappende Mooie Meid (‘Kijk daar komt ze aan’).


Van Santen is de uitbundige gekte van een ‘Naturistenboogie’ met een tekst als ‘Trek alles uit man, daar wordt de wereld mooi van’, of van een komisch-borstklopperige gospel met koortje (‘Ik ben de man’). Maar de humor is even vaak verdekter opgesteld. Zoals bij de veertigplus man in zijn versie van ‘Cachaca Mecanica’, die voor de spiegel heel goed ziet dat het leven níet bij veertig begint.  


Waar komt zo iemand opeens vandaan, denk je dan. Ik werd op hem opmerkzaam gemaakt door de organisator van Zoetermeer Jazz die vond dat ik toch eens naar hem moest luisteren. En ik ben het Pieter van Santen zelf gaan vragen. Hij heeft hoofdvak piano gestudeerd aan de conservatoria van Zwolle en Den Haag, bij o.a. Henk Meutgeert en Rob van Kreeveld, was een dikke zeven jaar pianist bij de cabaretgroep ‘Crème fraîche’ die een mengsel van close harmony, pop en jazz brachten. Bij ‘Crème fraîche’ was hij de aangever, niet de afmaker.

Inmiddels is hij beide. Voorbeeld. Hij is aangever op de piano met de gestileerde nervositeit van de bop (‘Bebop muziek’) of met een ‘latin feel’ (‘Antilliaanse hap’). En maakt het dan af met een gezongen nekslag: in het tweede geval een recept uit de Antilliaanse keuken, in het eerste de pesterige, verbale vraagtekens (‘Parker en Dizzy waren echt gestoord’) bij de bop die eigenlijk niet te zingen is.


Van Santens muziek is nergens het ‘lach-of-ik-schiet’-cabaret. Maar vooral die net over de top getilde komische observatie van de wereld en zichzelf. Met zachtaardig sentiment dat er door heen schijnt. Het mooist in ‘Kleine grote man’ voor zijn zoontje. Mijn persoonlijke favorieten uit zijn eigen liedjes: die openingssong op één toon (‘Hele mooie toon’) en het liefdeslied met een bizarre ‘frappe’ aan het slot, ‘Zoals je daar nu ligt’. Puur jazz en cabaret, verademend leuk, sympathiek en honderd procent origineel.

Bert Jansma
Kunstredacteur/jazzrecensent

 

 

 

Van Santen Zingt Zelf

Het nieuwste project van Pieter van Santen is genaamd Van Santen Zingt Zelf.
Het programma bestaat voor het grootste gedeelte uit nieuwe jazzcomposities met Nederlandstalige teksten, alle van de hand van Pieter. Uiteraard speelt hij zelf de piano. Hij wordt begeleid door zijn vrienden Wilco de Witte op drums en Hans Voogt op contrabas, musici die hun sporen in jazzwereld ruimschoots hebben verdiend.
Nieuw aan dit project is dat Van Santen zelf zingt. Voor het eerst vertolkt hij zijn eigen liedjes, live gespeeld en gezongen. De teksten zijn vaak humoristisch.
De stijl van de liedjes varieert van bebop, swing, latin, boogie woogie en stride tot blues. Van Santen waagt zich echter ook aan serieuze ballads. Het zijn stuk voor stuk volwaardige jazzcomposities met veel ruimte voor improvisatie van de instrumentalisten.
De muziek en de mooie improvisaties zijn een ode aan de jazzgiganten die Van Santen zo bewondert, zoals hij ook in de teksten van enkele liedjes heeft beschreven. Namen als Art Tatum, Bud Powell en Fats Waller.
De humoristische teksten en de stijl waarin hij ze brengt, doen denken aan kleinkunstenaars als Drs. P. en Hans Dorrestijn, maar natuurlijk ook aan de grondlegger van de ”jazz waar je bij mag lachen”, Max Teawhistle.
Van Santen blaast met deze muziek het genre Nederbop nieuw leven in.

 

 

 

'Pianist Pieter van Santen verkent zijn vocale mogelijkheden,

 

Hoe vaak is Autumn Leaves al niet gespeeld?! Van melancholiek chanson in Franse kaas- en wijn-ambiance tot up-temponummer in de jazz-scenewaarop perfect te soleren valt.

Pieter van Santen is pianist en heeft in die hoedanigheid dus ook menig maal dit standaardrepertoire vertolkt. Van Santen heeft echter ook een cabaretverleden. Misschien mede daardoor is hij niet alleen op muziek gefocust, maar eveneens op het tekstmateriaal. De beroemde Feuilles Mortes als symbool voor het afscheid van een voorbije liefde keert hij in zijn Dooie Blaadjes om: ‘De lucht werd blauw/de zon verscheen/die mooie dag/toen jij verdween’. En het resultaat daarvan is: jazz in het Nederlands, jazz met een knipoog, jazz in een crossover met cabaret.


Op vergelijkbare wijze transformeert hij met veel dichterlijke vrijheid The Lady is a Tramp in een Wereldwijf. Of hij roept Stop de drummer op muziek van Hold the tiger. Toch slaat Pieter met de ‘covers’ slechts een zijpaadje in – goed voor herkenning bij een jazzminnend publiek. Hoofdmoot in zijn werk vormen de teksten geschreven op eigen composities. Dat kan een ode aan Langeraar zijn of over getob met een Ikea-kast gaan. Maar ook bijvoorbeeld een heus kookrecept op latin american ritmes in De Antilliaanse Hap. Of meer serieuze ballads die hij opdraagt aan zijn echtgenote of zijn kinderen.


Liedteksten zijn voor een publiek bedoeld en moeten daartoe nu eenmaal uitgevoerd worden. Als professioneel pianist kan Van Santen zelf de muziek voor zijn rekening nemen. Bovendien krijgt hij daarbij vakkundige ondersteuning van zijn muzikale vrienden Hans Voogt op contrabas en Wilco de Witte op drums. De kritieke vraag was echter: wie doet de zang? Daar zit de verrassing van dit initiatief: de pianist verkent zijn eigen vocale mogelijkheden. Vandaar ook de titel: Van Santen zingt zelf
De kracht van het project ligt voor een belangrijk deel in het – bewust gekozen – spanningsveld tussen de ervaren pianist en zijn debuterende solozangcarrière.

Als je goed luistert, is dat aan elk lied meer of minder te merken. Wie dat bekritiseert, wordt niet meteen tegengesproken. Van Santen neemt gewoon zijn critici de wind uit de zeilen door zijn zangkunst in een eigen lied te relativeren: op de bij herhaling gestelde vraag ‘die zich telkens maar blijft opdringen/ waarom bent u in hemelsnaam gaan meezingen?’ volgt uiteindelijk het antwoord: ‘uit zuiver financiële overwegingen’.  Maar dat zal het ware motief wel niet geweest zijn. Dat moet eerder gezocht worden in het verkennen van nieuwe wegen om daarmee zo mogelijk een nieuw publiek voor de jazz te winnen.

[Wijnand Zeilstra]

 

(

Jazz
Van Santen
Zingt Zelf

Afgelopen dinsdag was er even geen muziek omdat alle aandacht uiter aard uitging naar Nederland-Uruguay. Maar normaliter kan je in café-restaurant Luden op het Plein op de dinsdag bassist René van Beeck beluisteren.
Niet alleen hem, want René is op allerlei horeca-podia in Nederland een soort magneet voor jazztalent. In Amsterdam houdt hij sessies in onder meer café Brix, hier in Den Haag heeft hij een mooi stukje jazzverleden in Cocoon en – vooral – Danzig
op z’n geweten en nu brengt hij in Luden op de dinsdag een avond ‘vocal jazz’. Het grappige is, vertelt hij, dat hij er de laatste tijd niet alleen de klassieke, zingende jongedames te gast heeft. Er komt nu al een paar weken lang een groep jongens naar
Luden die allemaal aan de Haagse Hogeschool studeren en die zingen. Geen beginnende amateurtjes, maar knullen die er wat van kunnen.

Ze komen met repertoire aanzetten dat ik zelden speel, dus ik krijg ook nog huiswerk van ze. Hoagy Carmichaels ‘Stardust’ bijvoorbeeld. Waar hoor je dat nog? Of met songs van Michael
Bublé of Tony Bennett. Ze zijn ongelooflijk enthousiast en nemen hun dames-aanhang mee. Als het mooi weer is, doen we die vocale sessies op het terras”. Van Beeck adviseert om voor alle zekerheid wel even te checken op zijn site www.levenindebrouwerij.nl of het allemaal doorgaat.

Maar wat dinsdag 13 juli betreft heeft hij in Luden voor 99,9 procent zeker een bijzondere gast: pianist en zanger
Pieter van Santen. Leidenaar Van Santen doet iets dat ik nog nooit gehoord had. Hij speelt jazzpiano, schrijft zijn eigen teksten – o.a. op bestaande bopstukken – en zingt die. Niet als een
‘crooner’, geen uithalen, geen show, maar teksten die hun wortels in het cabaret hebben. Koddig, absurd, poetisch, pesterig of met romantisch sentiment. Op John Coltranes ‘Giant
steps’ laat hij een Mooie Meid voorbijgaan (‘Kijk daar komt ze aan’), hij zingt en speelt een Naturistenboogie (‘Trek alles uit man, daar wordt de wereld mooi van’), Curtis Stigers
‘Hometown blues’ wordt bij hem ‘In de WW’, en hij verpakt zijn recept voor een ‘Antilliaanse hap’ in een Cubaanse ‘clave’. Wanneer hij diep in gevecht is met de snelle akkoorden-
wisselingen van de bop ‘die eigenlijk niet te zingen is’, komt hij met de verontwaardigde tekst ‘Parker en Dizzy waren echt gestoord’. Het is nergens lach-of-ik-schiet maar een knipogen-
de combinatie van jazz en cabaret. Van Santen studeerde piano in Zwolle en Den Haag (bij Henk Meutgeert en Rob van Kreeveld) en was zeven jaar lang pianist bij de cabaretgroep
Crème Fraiche.Vandaar. Hij heeft kortgeleden een eerste cd uitgebracht die ‘Van Santen Zingt Zelf ’ heet. Met zijn trio en één big band-stuk. In de ‘liner notes’ die hij me vroeg te schrij-
ven, heb ik hem proberen te karakteriseren als een moderne François Haverschmidt (‘Snikken en Grimlachjes’) die een cursus pianospelen bij Bud Powell heeft gevolgd. Voor wie dinsdag 13 juni niet kan, heeft Pieter van Santen nog een tweede Haagse
optie: op zondag 8 augustus speelt hij (17.00 uur) in Strandtent De Fuut.


Bert Jansma

Bron: www.denhaagcentraal.net 9 juli 2010)